Handleiding Alarmmonitor

In dit document treft U meer informatie over de regelingafstelling en probleemoplossing van de regelingen van Stiletto Triltechniek. Wij raden U aan dit document aandachtig door te nemen.

Wanneer U nog vragen heeft kunt U ons altijd bellen of mailen.
Onze contactgegevens treft U aan op onze contactpagina en onderaan dit document.

Montagevoorschriften

De netspanningkabel en de sensorkabel dienen zo naar de regeling te worden gevoerd dat beschadiging van de kabel nooit kan plaatsvinden.

Monteer de alarmmonitor op een plaats waar de kast niet beschadigd kan worden door andere machines en ook waar de kast niet nat kan worden. De kast is niet waterdicht (tenzij uitdrukkelijk vermeld). Water in de regelkast kan een levensgevaarlijke situatie tot gevolg hebben.

De alarmmonitor moet op een trillingsvrije plaats gemonteerd worden waar bediening door de procesbeheerder eenvoudig mogelijk is en voor eventuele reparaties toegankelijk is. Voordat men de elektrakabels aansluit moet worden gecontroleerd of de aansluitspanning van de alarmmonitor overeenkomt met de netspanning.

Indien de alarmmonitor is voorzien van aansluitkabels dan kunt u deze gebruiken voor het aansluiten van de alarmmonitor.

De netspanningkabel moet voorzien zijn van een zekering, i.v.m. eventuele werkzaamheden aan de installatie.

De netspanningkabel moet SPANNINGSVRIJ door de daarvoor bestemde wartel de kast ingevoerd worden. Vervolgens moeten de draden in de bestemde klemmen, Conn 1. / Pos 1+2 aangesloten worden.

Nu kan de aansluitkabel van de sensor op gelijke wijze worden aangesloten in de klemmen die gemerkt zijn met SENSOR, Conn 2. / Pos 1+2+3.

Hierna sluit men de aardleidingen aan in de gemerkte klem, GND 1+2.

Het deksel van de alarmmonitor kan nu gesloten worden en de moeren van de invoerwartels dienen te worden aangedraaid.

Alarmmonitor voor elektromagnetische vibratoren

Algemeen

De ALM 01 regelprint verzorgt de voeding naar de amplitudesensor  en maakt het daardoor mogelijk een abnormale amplitude, buiten de ingestelde waarden, te detecteren. (een te hoge of te lage amplitude).

Deze amplitudewaarden worden ingesteld d.m.v. trimmers T2 en T3.

Met potmeter T1 kan de regeling worden aangepast voor verschillende soorten trillingen.

Met trimmer T2 wordt de maximaal toelaatbare amplitude vastgesteld. Indien de amplitude van het trilobject groter wordt, gaat de rode led (LD1) aan en relais (RL1) valt af. Dit alarm kan aan worden gehouden door het sluiten van de contacten 4 en 5 van connectorblok 3. Door deze contacten weer te openen wordt het systeem hersteld.

Indien de amplitude van het trilobject kleiner wordt dan de minimaal toelaatbare amplitude, gaat de groene led (LD2) uit en relais (RL2) valt af.

Op connectorblok 3 kan aan de contacten 1/2/3 een signaal, voor de regelkamer, worden aangesloten voor alarm boven de toegestane maximum amplitude. Aan de contacten 6/7/8 kan een signaal, voor de regelkamer, worden aangesloten voor alarm onder de toegestane minimum amplitude.

De aansluitspanning is 230V. Deze kan op verzoek ook 400V. aangeboden worden.

Als optie wordt een afleesinstrument aangeboden waarvan een amplitude-indicatie kan worden afgelezen. Dit instrument wordt aangesloten op Conn 2. / Pos 4+5.

Deze 0-10V. uitgang kan ook voor andere doeleinden worden gebruikt

Voedingsspanning:230V (optioneel 400V) +/-20% 50/60Hz
Verbruik:1 Watt
Zekering stuurprint:1 A. F 250V 5 x 20 H 1500 A
Alarm max (RL1):contact NO/NC 10A 250Vca max
Alarm ok vib:contact NO/NC 10A 250Vca max
Trillingsfrequentie:3000 of 6000 trillingen per min (50Hz)
Veiligheidsgraad:IP54 (regelkast) / IP00 (inbouw)
Opslagtemperatuur:-15 °C / + 80 °C
Gebruikstemperatuur:-5 °C / + 55 °C
Relatieve vochtigheidsgraad:80% tot 31°C
Europese normen:EMC CE
Garantie:1 jaar (vanaf datum factuur)
Trilling Max:Led Red ON
Trilling Min:Led Green OFF
VersieType
IP00 (inbouwregeling)Alarmmonitor 230V (optioneel 400V)
IP54 (kast)Alarmmonitor 230V (optioneel 400V)

Afmetingen Inbouw Regelingen

 

N.B. : Wanneer u de inbouwregeling (IP00) gebruikt, monteer het in een kast die een goede veiligheid garandeert en voldoet aan de Europese normen in sterkte en isolatie.
Elke verantwoordelijkheid bij verkeerd gebruik van de regeling vervalt. Voor de regeling en de regelkast geldt dat deze op een trillingvrije plaats gemonteerd moeten worden.

Inbouw IP00ABhJK
Alarmmonitor1228155

Afmetingen Regelkasten

Regelkast IP55ABhGF0 I
Alarmmonitor16514080

Afstellingen

Alarmmonitor inregelprocedure:

1e stap:

Monteer het kasje van de alarmmonitor vrij van trillingen op een plaats waar deze niet kan worden beschadigd.

2e stap:

Monteer de amplitudesensor aan het trillende object in de hoofdrichting van de trilling. Bij een transportsysteem is dat horizontaal, bij een triltafel verticaal.

Zorg ervoor dat de kabel tussen sensor en alarmmonitor vrij is van het trillende object, omdat anders de kans bestaat dat deze doorslijt.

3e stap:

Sluit de amplitudesensor aan op Conn 2. / Pos 1+2+3, deze dienen overeen te komen met de markeringen op de sensorkabel.

4e stap:

Sluit de netspanning aan en laat het trilobject op de maximale amplitude trillen. Stel trimmer T1 af totdat de spanning, tussen contacten 4 en 5 van connectorblok 2 gemeten, 10V +/-200mV. is. Als deze waarde niet bereikt wordt dient U brug Y1 op High Gain te zetten. Vervolgens controleert U of de waarde van 10V nu wel wordt bereikt.

5e stap:

Nu stelt U trimmer T2 af totdat led LD1 (rood) net niet aan gaat.

6e stap:

Laat het trilobject nu op de minimaal toelaatbare amplitude trillen. Stel trimmer T3 af totdat led LD2 (groen) net niet uit staat.

7e stap:

Sluit eventueel het afleesinstrument aan om de trilling grootte in % zichtbaar te maken.

8e stap:

Sluit eventuele signaallampen aan, volgens bijgaand schema om op afstand registratie zichtbaar te maken.

Bent U geinteresseerd in een van onze producten?

Neem contact opof bel 020 - 636 05 45